Wedstrijdreglement

De schaatswedstrijden die deel uitmaken van de Regio Noord/Oost competitie worden georganiseerd door de KNSB-Gewesten waartoe de betreffende ijsbaan behoort. Deze KNSB-Gewesten hebben daartoe zogenaamde baancontactpersonen aangesteld, onder wier verantwoordelijkheid de betreffende wedstrijden worden georganiseerd en verreden. De werkgroep Marathonschaatsen Regio Noord/Oost heeft geen enkele jurisdictie over deze wedstrijdorganisatie. Het is dus aan de lokale organisatie om bijvoorbeeld te beslissen over zaken als bijvoorbeeld afgelastingen bij slecht weer of aangepaste veiligheidsprocedures.

Gevolg van het bovenstaande is, dat voor het organiseren van Regio Noord/Oost wedstrijden de reglementen van de KNSB leidend zijn. Alle wedstrijden worden daarom verreden volgens het Nationale Wedstrijdreglementen Specifieke Bepalingen Hardrijden Marathon. De meest actuele versie van dit reglement kunt u hier vinden op de website van de KNSB.

Aanvullende of afwijkende punten:

  1. Deelname aan de competitie is alleen mogelijk voor rijders en rijdsters die zich voor de competitie hebben ingeschreven en hun inschrijfgeld hebben voldaan. De voorwaarden voor inschrijving kun je xxx vinden; de voorwaarden voor deelname aan een enkele wedstrijd staan xxx.
  2. Met nadruk worden de rijders en rijdsters erop gewezen dat de in het nationale reglement (artikel 420, lid 1) verplicht gestelde, persoonlijke veiligheidsmiddelen ook bij de wedstrijden van Marathonschaatsen Regio Noord/Oost verplicht zijn. Dit houdt in:
    1. Het dragen van een goed passende, volgens ASTM standaard shorttrack gecertificeerde valhelm is verplicht.
    2. Het gebruik van snijvaste handschoenen, enkelbescherming en beenbeschermers is verplicht.
    3. De schaatsbuizen gesloten moeten zijn en dat de bladeinden moeten zijn afgerond met een straal van minimaal 1 centimeter (€ 0.10 muntstuk).
  3. Op elke wedstrijddag wordt steeds voor alle vier de competities NO-1, NO-2, NO-3 en NO-4 een wedstrijd verreden. Hierbij geldt:
    1. De ronde-aantallen zijn:
      • NO-1: 60 ronden
      • NO-2: 50 ronden
      • NO-3: 45 ronden
      • NO-4: 40 ronden
    2. De starttijden en startvolgorde van de groepswedstrijden verschillen per baan. De startijden staan vermeld op de website. Bij een aanpassing van starttijden worden de ingeschreven rijders middels e-mail daarop attent gemaakt.
    3. Rijders en rijdsters moeten zich op de wedstrijddag aanwezig melden bij de wedstrijdleiding voor het tekenen van de presentielijst. De intekening sluit 30 minuten voor de geplande aanvangstijd.
  4. Rijders en rijdsters dienen tijdens de wedstrijd middels helmcap en transponder duidelijk herkenbaar en detecteerbaar voor de jury te zijn:
    1. Vanuit de organisatie wordt de rijder of rijdster tegen betaling een helmcap ter beschikking gesteld. Het is verplicht om deze helmcap over de schaatshelm te dragen zodanig dat het helmcapnummer voor de jury van aankomst goed leesbaar is.
    2. Een rijder of rijdster dient tenminste één goed werkende transponder om de enkel te dragen. Het rijden met twee transponders is toegestaan mits beide transponders voor de wedstrijd zijn doorgegeven aan de wedstrijdleiding. De rijder of rijdster is zelf verantwoordelijk voor het goed functioneren van zijn of haar transponder(s).
    3. De rijder of rijdster dient zijn of haar helmcapnummer en zijn of haar transpondernummer(s) op de presentielijst goed te controleren en zo nodig zelf te wijzigen op de tekenlijst voordat deze wordt afgetekend.
    4. Indien een rijder of rijdster tijdens de wedstrijd niet middels helmcap en transponder duidelijk herkenbaar en detecteerbaar blijkt te zijn, dan kan deze rijder of rijdster niet in de uitslag worden opgenomen.
  5. Ten aanzien van het verloop van de wedstrijd gelden de volgende afwijkende regels:
    1. Rijders of rijdsters met twee ronden achterstand moeten direct de wedstrijd verlaten.
    2. Tien ronden voor het einde van de wedstrijd sprinten de rijders en rijdsters met één ronde achterstand ten opzichte van het peloton af en worden geklasseerd.
    3. Wat betreft maatregelen en sancties wordt het nationale reglement gevolgd (artikel 415), behalve bij artikel 411, lid 10 (duwen en trekken, afwijken van de rechte lijn, hinderen van een inhalende deelnemer). Indien zo’n overtredingen in de laatste vijf ronden en/of bij klassements- en premiesprints plaatsvindt, vindt declassering plaats zonder het verstrekken van een gele kaart.
    4. Hulp aan koplopers door achterblijvers is niet toegestaan. Dit kan leiden tot diskwalificatie voor zowel de achterblijver(s) als de koploper(s), althans als de koploper(s) die hulp – naar het oordeel van de scheidsrechter – accepteert/accepteren.
    5. Rijders die de tekenlijst niet getekend hebben of zich niet hebben gemeld bij de scheidsrechter, komen niet in de uitslag. Twee maal niet getekend, betekent uit de wedstrijd en niet starten in de volgende wedstrijd.
    6. Zij die wel tekenen, maar toch niet starten, moeten zich persoonlijk afmelden bij de scheidsrechter. Is dat niet het geval, dan zullen zij worden opgenomen in het scheidsrechters rapport als ‘niet afgemeld’ en ‘niet gestart’, wat tevens een diskwalificatie tot gevolg heeft. Dit zal aan de rijder kenbaar gemaakt worden bij de eerstvolgende wedstrijd in de competitie.
    7. De transponderuitslag vormt, na controle van de eerste 30 rijders met de video-opname, de officiële uitslag.
    8. Een tijdens de wedstrijd door de scheidsrechter genomen beslissing kan na de wedstrijd niet worden herroepen.
    9. Alleen protesten binnen 15 minuten na de voorlopige uitslag ingediend, worden behandeld.
    10. Tegen een gele kaart kan geen bezwaar worden aangetekend. Gele kaarten blijven staan voor het volgende seizoen.
  6. De competitie bestaat uit tien wedstrijden waarin een rijder of rijdster wedstrijdpunten kan verdienen. Deze wedstrijdpunten worden als volgt toebedeeld:
    1. Bij de einduitslag worden de volgende wedstrijdpunten toegekend:
      • nr. 1 – 35,1 punten
      • nr. 2 – 33 punten
      • nr. 3 – 31 punten
      • nr. 4 – 29 punten
      • nr. 5 – 27 punten
      • nr. 6 – 25 punten
      • nr. 7 – 24 punten
      • nr. 8 – 23 punten
      • nr. 9 – 22 punten
      • nr. 30 – 1 punt
    2. Uitloopronden worden gehonoreerd met 5 wedstrijdpunten bonus per ronde voorsprong. Nadat de afsprintprocedure is begonnen, worden geen bonuspunten voor uitloopronden meer toegekend.
    3. Tijdens elke wedstrijd wordt een klassementsprint gereden. Deze klassementsprint bestaat uit drie puntensprints verdeeld over de wedstrijd, waarbij de eerste vijf aankomende rijders of rijdsters respectievelijk 5, 4, 3, 2 en 1 sprintpunt ontvangen. Deze sprintpunten worden bij elkaar opgeteld om tot een klassementsprint rangschikking te komen. Bij een gelijk aantal sprintpunten is de laatste sprint waarin punten zijn behaald bepalend.
      De respectievelijke nummers 1 tot en met 5 van de klassementsprint-rangschikking ontvangen respectievelijk 5, 4, 3, 2 en 1 wedstrijdpunt voor de competitie.
      Zie ook de tekst hierboven over het prijzengeld inzake de klassementsprints.
    4. Als een rijder of rijdster zich éénmalig heeft ingeschreven voor een bepaalde wedstrijd, dan wordt deze rijder of rijdster in de daguitslag opgenomen. De andere rijders of rijdsters worden niet gecompenseerd voor daardoor niet ontvangen wedstrijdpunten.
    5. Voor het eindklassement gelden alle behaalde punten (over alle wedstrijden). Om voor de eindprijzen in aanmerking te komen moet een rijder of rijdster minimaal zeven (inclusief de laatste wedstrijd) van de tien wedstrijden gereden hebben.
      De eindprijzen kunnen alleen worden afgehaald op de laatste wedstrijddag op vertoon van een legitimatie van desbetreffende rijder of rijdster.