Wedstrijdreglement

Alle schaatswedstrijden die deel uitmaken van de Regio Noord/Oost competitie worden georganiseerd door de KNSB-Gewesten waartoe de betreffende ijsbaan behoort. De KNSB-Gewesten stellen daartoe zogenaamde baancontactpersonen aan, onder wier verantwoordelijkheid de betreffende wedstrijden worden georganiseerd en verreden. De werkgroep Marathonschaatsen Regio Noord/Oost heeft geen enkele jurisdictie over deze wedstrijdorganisatie, het is aan de lokale organisatie om bijvoorbeeld te beslissen over zaken als afgelastingen bij slecht weer, aangepaste veiligheidsprocedures, en dergelijke.

Uitvloeisel van het voorgaande is, dat de werkgroep Marathonschaatsen Regio Noord/Oost de statuten, reglementen en besluiten van de KNSB als leidend beschouwt. Daarnaast conformeert de werkgroep zich onvoorwaardelijk aan uitspraken van het Instituut Sportrechtspraak op de (tucht)rechtspraak van de KNSB voor zover het gaat om doping, seksuele intimidatie en matchfixing.

De wedstrijden van de Regio Noord/Oost competitie worden verreden volgens het Nationale Wedstrijdreglementen Specifieke Bepalingen Hardrijden Marathon van de KNSB. De meest actuele versie van dit reglement staat hier op de website van de KNSB. Aanvullende of afwijkende punten op dit reglement zijn:

  1. Deelname aan de competitie
    Deelname aan één van de competities staat open voor alle rijders en rijdsters die voldoen aan de volgende voorwaarden:

    1. Zij moeten in het bezit zijn van een inlogcode van onze website die is geautoriseerd door een baancontactpersoon.
    2. Zij moeten zich hebben ingeschreven en hun inschrijfgeld hebben voldaan.
    3. Zij moeten lid zijn van de KNSB en een KNSB-marathonlicentie hebben.
    4. Zij moeten voor het einde van het seizoen (30 juni 2022) minimaal 16 jaar oud zijn – dus geboren op of vóór 30 juni 2006.
    5. Zij mogen in hetzelfde seizoen niet ook uitkomen in de landelijke Topdivisie Marathon of de landelijke Beloften-competitie Marathon van de KNSB.
  2. Eenmalige deelname aan één wedstrijd
    Eenmalige deelname aan een wedstrijd is mogelijk, mits een rijder of rijdster zich uiterlijk op de vrijdag voor de wedstrijd heeft aangemeld. Eenmalige deelname aan de finale wedstrijd is echter niet toegestaan.

    1. Aanmelding kan plaatsvinden door via e-mail of telefonisch contact op te nemen met de wedstrijdsecretaris of met de baancontactpersoon van de betreffende ijsbaan. De contactgegevens vind je hier.
    2. Een rijder of rijdster kan zich per seizoen maximaal twee (of drie na instemming van de baancontactpersoon van de thuisbaan) keer eenmalig inschrijven.
    3. De kosten voor éénmalige deelname zijn:
      • Voor rijders of rijdsters die in het bezit zijn van een KNSB-marathonlicentie: € 15,00.
      • Voor rijders of rijdsters die niet in het bezit zijn van een KNSB-marathonlicentie: € 20,00.
        Deze rijders of rijdsters krijgen dan een daglicentie. Rijden zonder licentie is niet mogelijk vanwege mogelijke juridische consequenties.

      De betaling geschiedt bij het tekenen van de presentielijst. De betaling dient bij voorkeur contant te geschieden, omdat de mensen bij de intekentafel meestal niet kunnen beschikken over een pinapparaat.

    4. De verdere voorwaarden voor eenmalige deelname zijn gelijk aan de voorwaarden die ook gesteld worden aan deelname aan de competitie, zoals minimum leeftijd, persoonlijke beschermingsmiddelen en transponder.
    5. Een rijder of rijdster die eenmalig deelneemt aan een wedstrijd, krijgt bij de intekening vanuit de baanorganisatie een helmcap uitgeleend. Deze helmcap moet na de wedstrijd weer worden ingeleverd.
      De baanorganisatie kan hier eventueel een onderpand voor vragen.
    6. Rijders of rijdsters die eenmalig meedoen worden opgenomen in de daguitslag, maar niet in het competitie klassement. Sponsorvermelding is niet mogelijk.
  3. Veiligheidsmaatregelen
    Met nadruk worden de rijders en rijdsters erop gewezen dat de in het nationale reglement (artikel 420, lid 1) verplicht gestelde, persoonlijke veiligheidsmiddelen ook bij de wedstrijden van Marathonschaatsen Regio Noord/Oost verplicht zijn. Dit houdt in:

    1. Het dragen van een goed passende, volgens ASTM standaard shorttrack gecertificeerde valhelm is verplicht.
    2. Het gebruik van snijvaste handschoenen, enkelbescherming en beenbeschermers is verplicht.
    3. De schaatsbuizen gesloten moeten zijn en dat de bladeinden moeten zijn afgerond met een straal van minimaal 1 centimeter (€ 0.10 muntstuk).
  4. Wedstrijddagen
    Op elke wedstrijddag wordt steeds voor alle vier de competities NO-1, NO-2, NO-3 en NO-4 een wedstrijd verreden. Hierbij geldt:

    1. De ronde-aantallen zijn:
      • NO-1: 60 ronden
      • NO-2: 50 ronden
      • NO-3: 45 ronden
      • NO-4: 40 ronden
    2. De starttijden en startvolgorde van de groepswedstrijden verschillen per baan. De startijden staan vermeld op de website. Bij een aanpassing van starttijden worden de ingeschreven rijders middels e-mail daarop attent gemaakt.
    3. Rijders en rijdsters moeten zich op de wedstrijddag aanwezig melden bij de wedstrijdleiding voor het tekenen van de presentielijst. De intekening sluit 30 minuten voor de geplande aanvangstijd.
  5. Rijdersidentificatie tijdens de wedstrijd
    Rijders en rijdsters dienen tijdens de wedstrijd middels helmcap en transponder duidelijk herkenbaar en detecteerbaar voor de jury te zijn.

    1. Vanuit de organisatie wordt de rijder of rijdster tegen betaling een gesponsorde, uniek genummerde helmcap ter beschikking gesteld. Het is verplicht om deze helmcap over de schaatshelm te dragen zodanig dat het helmcapnummer voor de jury van aankomst goed leesbaar is.
      1. De rijder of rijdster dient zijn of haar helmcapnummer goed te controleren en zo nodig zelf te wijzigen op de tekenlijst voordat deze wordt afgetekend.
      2. Als bij het inrijden voor de wedstrijd blijkt dat  het helmcapnummer niet goed leesbaar is, dan kan de scheidsrechter de betreffende rijder of rijdster een aanwijzing geven om dat in orde te maken.
      3. Indien de door de organisatie ter beschikking gestelde helmcap in het ongerede is geraakt, dient de rijder of rijdster een nieuwe helmcap aan te schaffen via het wedstrijdsecretariaat.
      4. Als de rijder of rijdster tijdelijk of nog geen beschikking heeft over een eigen helmcap, dan dient de rijder of rijdster voor een wedstrijd een tijdelijke, vervangende helmcap te regelen bij de lokale organisatie. Als dit wordt nagelaten of als er sprake is van recidive (meerdere wedstrijden achter elkaar), dan kan de scheidsrechter beslissen dat de betreffende rijder of rijdster niet in de uitslag wordt opgenomen. Indien het wedstrijdsecretariaat vooraf aan de lokale organisatie gevraagd heeft om een rijder of rijdster van een tijdelijke helmcap te voorzien, dan wordt aan de betreffende rijder of rijdster geen sanctie opgelegd.
      5. Het wedstrijdsecretariaat houdt bij welke rijders of rijdsters in een wedstrijd niet hun eigen helmcap hebben gebruikt. Deze informatie wordt ter beschikking gesteld van de scheidsrechters van volgende wedstrijden.
    2. Een rijder of rijdster dient tenminste één goed werkende transponder om de enkel te dragen. Het rijden met (maximaal) twee transponders is toegestaan mits beide transponders voor de wedstrijd via de tekenlijst aan de wedstrijdleiding zijn doorgegeven.
      1. De rijder of rijdster is zelf verantwoordelijk voor het goed functioneren van zijn of haar transponder(s) en voor de juiste registratie bij de wedstrijdleiding.
      2. De rijder of rijdster dient zijn of haar transpondernummer(s) goed te controleren en zo nodig zelf te wijzigen op de tekenlijst voordat deze wordt afgetekend.
      3. Als bij het inrijden voor de wedstrijd blijkt dat de transponder niet functioneert (c.q. beide transponders niet functioneren), dan kan de scheidsrechter de betreffende rijder of rijdster verplichten om een andere, beschikbare transponder te lenen van een andere rijder of rijdster of van de lokale organisatie.
      4. Als tijdens de wedstrijd blijkt dat de transponder niet functioneert (c.q. beide transponders niet functioneren) dan wordt de betreffende rijder of rijdster niet in de uitslag opgenomen. De scheidsrechter kan echter besluiten om coulance te verlenen als hij of zij van oordeel is dat de betreffende rijder of rijdster het niet-functioneren van de transponder(s) redelijkerwijze niet is te verwijten en de betreffende rijder of rijdster binnen vijftien minuten na de publicatie van de voorlopige uitslag bij de scheidsrechter reclameert. Als een rijder of rijdster voorafgaande aan een wedstrijd al wist dat een transponder niet (goed) functioneert, dan is dat in principe altijd verwijtbaar.
      5. Als de scheidsrechter besluit om een rijder of rijdster alsnog te klasseren ondanks een niet-functionerende transponder, dan bepaalt de scheidsrechter de klassering. De scheidsrechter maakt daarbij gebruik van de video-uitslag en/of van waarnemingen van de scheidsrechter(s) en jury langs de baan. Als geen exacte rangorde binnen een groep rijders kan worden bepaald, dan wordt de rijder of rijdster als laatste van een groep rijders geklasseerd. Als geen klassering is op te maken uit andere bronnen, dan wordt de betreffende rijder of rijdster alsnog niet geklasseerd.
      6. Het wedstrijdsecretariaat houdt bij van welke rijders of rijdsters in een wedstrijd één of meerdere transponders niet of slecht hebben gefunctioneerd. Deze informatie wordt ter beschikking gesteld van de scheidsrechters van volgende wedstrijden. Het wedstrijdsecretariaat kan de betreffende rijders of rijdsters hierover via e-mail berichten, maar dit is geen verplichting.
  6. Wedstrijdverloop
    Ten aanzien van het verloop van de wedstrijd gelden de volgende afwijkende regels:

    1. Rijders of rijdsters met twee ronden achterstand moeten direct de wedstrijd verlaten.
    2. Tien ronden voor het einde van de wedstrijd sprinten de rijders en rijdsters met één ronde achterstand ten opzichte van het peloton af en worden geklasseerd.
    3. Wat betreft maatregelen en sancties wordt het nationale reglement gevolgd (artikel 415), behalve bij artikel 411, lid 10 (duwen en trekken, afwijken van de rechte lijn, hinderen van een inhalende deelnemer). Indien zo’n overtredingen in de laatste vijf ronden en/of bij klassements- en premiesprints plaatsvindt, vindt declassering plaats zonder het verstrekken van een gele kaart.
    4. Hulp aan koplopers door achterblijvers is niet toegestaan. Dit kan leiden tot diskwalificatie voor zowel de achterblijver(s) als de koploper(s), althans als de koploper(s) die hulp – naar het oordeel van de scheidsrechter – accepteert/accepteren.
    5. Rijders die de tekenlijst niet getekend hebben of zich niet hebben gemeld bij de scheidsrechter, komen niet in de uitslag. Twee maal niet getekend, betekent uit de wedstrijd en niet starten in de volgende wedstrijd.
    6. Zij die wel tekenen, maar toch niet starten, moeten zich persoonlijk afmelden bij de scheidsrechter. Is dat niet het geval, dan zullen zij worden opgenomen in het scheidsrechters rapport als ‘niet afgemeld’ en ‘niet gestart’, wat tevens een diskwalificatie tot gevolg heeft. Dit zal aan de rijder kenbaar gemaakt worden bij de eerstvolgende wedstrijd in de competitie.
    7. De transponderuitslag vormt, na controle van de eerste 30 rijders met de video-opname, de officiële uitslag.
    8. Een tijdens de wedstrijd door de scheidsrechter genomen beslissing kan na de wedstrijd niet worden herroepen.
    9. Alleen protesten binnen 15 minuten na de voorlopige uitslag ingediend, worden behandeld.
    10. Tegen een gele kaart kan geen bezwaar worden aangetekend. Gele kaarten blijven staan voor het volgende seizoen.
  7. Competitieverloop
    De competitie bestaat uit tien wedstrijden waarin een rijder of rijdster wedstrijdpunten kan verdienen. Deze wedstrijdpunten worden als volgt toebedeeld:

    1. Bij de einduitslag worden de volgende wedstrijdpunten toegekend:
      • nr. 1 – 35,1 punten
      • nr. 2 – 33 punten
      • nr. 3 – 31 punten
      • nr. 4 – 29 punten
      • nr. 5 – 27 punten
      • nr. 6 – 25 punten
      • nr. 7 – 24 punten
      • nr. 8 – 23 punten
      • nr. 9 – 22 punten
      • nr. 30 – 1 punt
    2. Uitloopronden worden gehonoreerd met 5 wedstrijdpunten bonus per ronde voorsprong. Nadat de afsprintprocedure is begonnen, worden geen bonuspunten voor uitloopronden meer toegekend.
    3. Tijdens elke wedstrijd wordt een klassementsprint gereden. Deze klassementsprint bestaat uit drie puntensprints verdeeld over de wedstrijd, waarbij de eerste vijf aankomende rijders of rijdsters respectievelijk 5, 4, 3, 2 en 1 sprintpunt ontvangen. Deze sprintpunten worden bij elkaar opgeteld om tot een klassementsprint rangschikking te komen. Bij een gelijk aantal sprintpunten is de laatste sprint waarin punten zijn behaald bepalend.
      De respectievelijke nummers 1 tot en met 5 van de klassementsprint-rangschikking ontvangen respectievelijk 5, 4, 3, 2 en 1 wedstrijdpunt voor de competitie. Vanaf seizoen 2021/2022 worden geen geldpremies voor de klassementsprints meer uitgereikt.
    4. Als een rijder of rijdster zich éénmalig heeft ingeschreven voor een bepaalde wedstrijd, dan wordt deze rijder of rijdster in de daguitslag opgenomen. De andere rijders of rijdsters worden niet gecompenseerd voor daardoor niet ontvangen wedstrijdpunten.
    5. Voor het eindklassement gelden alle behaalde punten over alle wedstrijden. Om voor de eindprijzen in aanmerking te komen moet een rijder of rijdster minimaal zeven (inclusief de laatste wedstrijd) van de tien wedstrijden gereden hebben.
    6. De vijftien best geklasseerde deelnemers in elk van de competities komen in aanmerking voor geldprijzen. Deze geldprijzen kunnen alleen worden afgehaald op de laatste wedstrijddag op vertoon van een legitimatie van desbetreffende rijder of rijdster. De verdeling van de geldprijzen is als volgt:
      • Nummer 1: € 50
      • Nummer 2: € 45
      • Nummer 3: € 40
      • Nummer 4: € 35
      • Nummer 5: € 30
      • Nummer 6: € 25
      • Nummers 7 t/m 10: € 20
      • Nummers 11 t/m 15: € 15